Woordeskat

Leer Werkwoorde – Engels (UK)

cms/verbs-webp/118765727.webp
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
belaste
Kontorarbeid belaster henne mye.
cms/verbs-webp/47062117.webp
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
klare seg
Hun må klare seg med lite penger.
cms/verbs-webp/110646130.webp
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
dekke
Hun har dekket brødet med ost.
cms/verbs-webp/55788145.webp
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
dekke
Barnet dekker ørene sine.
cms/verbs-webp/96628863.webp
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
spare
Jenta sparer lommepengene sine.
cms/verbs-webp/34664790.webp
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
bli beseiret
Den svakere hunden blir beseiret i kampen.
cms/verbs-webp/81740345.webp
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
oppsummere
Du må oppsummere hovedpunktene fra denne teksten.
cms/verbs-webp/93947253.webp
sterven
Veel mensen sterven in films.
Mange mennesker dør i filmer.
cms/verbs-webp/120762638.webp
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
fortelle
Jeg har noe viktig å fortelle deg.
cms/verbs-webp/47969540.webp
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
bli blind
Mannen med merkene har blitt blind.
cms/verbs-webp/106608640.webp
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
bruke
Selv små barn bruker nettbrett.
cms/verbs-webp/120254624.webp
leiden
Hij leidt graag een team.
lede
Han liker å lede et team.