Woordeskat

Leer Werkwoorde – Letties

cms/verbs-webp/112286562.webp
werken
Ze werkt beter dan een man.
trabajar
Ella trabaja mejor que un hombre.
cms/verbs-webp/78073084.webp
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
acostarse
Estaban cansados y se acostaron.
cms/verbs-webp/130288167.webp
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
limpiar
Ella limpia la cocina.
cms/verbs-webp/85010406.webp
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
saltar
El atleta debe saltar el obstáculo.
cms/verbs-webp/112407953.webp
luisteren
Ze luistert en hoort een geluid.
escuchar
Ella escucha y oye un sonido.
cms/verbs-webp/113885861.webp
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
infectarse
Ella se infectó con un virus.
cms/verbs-webp/62069581.webp
sturen
Ik stuur je een brief.
enviar
Te estoy enviando una carta.
cms/verbs-webp/122470941.webp
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
enviar
Te envié un mensaje.
cms/verbs-webp/114379513.webp
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
cubrir
Los nenúfares cubren el agua.
cms/verbs-webp/121264910.webp
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
cortar
Para la ensalada, tienes que cortar el pepino.
cms/verbs-webp/110233879.webp
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
crear
Ha creado un modelo para la casa.
cms/verbs-webp/35071619.webp
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
pasar
Los dos se pasan uno al otro.