المفردات
تعلم الأفعال – نينورسك

run towards
The girl runs towards her mother.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.

influence
Don’t let yourself be influenced by others!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!

look at each other
They looked at each other for a long time.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.

discuss
The colleagues discuss the problem.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.

accept
Credit cards are accepted here.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.

drive home
After shopping, the two drive home.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.

send
I am sending you a letter.
sturen
Ik stuur je een brief.

go through
Can the cat go through this hole?
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?

leave standing
Today many have to leave their cars standing.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.

work
She works better than a man.
werken
Ze werkt beter dan een man.

exist
Dinosaurs no longer exist today.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
