Речник
испански – Глаголи Упражнение

importeren
We importeren fruit uit veel landen.

achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.

schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!

missen
Ik zal je zo erg missen!

vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.

naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.

vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.

bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?

vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.

slapen
De baby slaapt.

gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
