শব্দভাণ্ডার
ক্রিয়াপদ শিখুন – এস্তনীয়

protéger
La mère protège son enfant.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.

publier
L’éditeur a publié de nombreux livres.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.

devenir aveugle
L’homme aux badges est devenu aveugle.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.

garder
Je garde mon argent dans ma table de nuit.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.

porter
Ils portent leurs enfants sur leurs dos.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.

pardonner
Je lui pardonne ses dettes.
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.

jouer
L’enfant préfère jouer seul.
spelen
Het kind speelt liever alleen.

sonner
Sa voix sonne fantastique.
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.

réveiller
Le réveil la réveille à 10h.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.

demander
Mon petit-fils me demande beaucoup.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.

travailler
Elle travaille mieux qu’un homme.
werken
Ze werkt beter dan een man.
