শব্দভাণ্ডার

ক্রিয়াপদ শিখুন – স্লোভাক

cms/verbs-webp/105875674.webp
skop
In vegkuns moet jy goed kan skop.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
cms/verbs-webp/100965244.webp
kyk af
Sy kyk af in die vallei.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
cms/verbs-webp/129244598.webp
beperk
Gedurende ’n dieet moet jy jou voedselinname beperk.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
cms/verbs-webp/111160283.webp
verbeel
Sy verbeel elke dag iets nuuts.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
cms/verbs-webp/77646042.webp
brand
Jy moet nie geld brand nie.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
cms/verbs-webp/31726420.webp
draai na
Hulle draai na mekaar toe.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
cms/verbs-webp/97119641.webp
verf
Die motor word blou geverf.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
cms/verbs-webp/70864457.webp
bring
Die afleweringspersoon bring die kos.
brengen
De bezorger brengt het eten.
cms/verbs-webp/125319888.webp
bedek
Sy bedek haar hare.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cms/verbs-webp/108520089.webp
bevat
Vis, kaas, en melk bevat baie proteïen.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
cms/verbs-webp/120978676.webp
afbrand
Die vuur sal baie van die woud afbrand.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
cms/verbs-webp/71991676.webp
agterlaat
Hulle het per ongeluk hul kind by die stasie agtergelaat.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.