শব্দভাণ্ডার
ক্রিয়াপদ শিখুন – স্লোভাক

skop
In vegkuns moet jy goed kan skop.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.

kyk af
Sy kyk af in die vallei.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.

beperk
Gedurende ’n dieet moet jy jou voedselinname beperk.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.

verbeel
Sy verbeel elke dag iets nuuts.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.

brand
Jy moet nie geld brand nie.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.

draai na
Hulle draai na mekaar toe.
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.

verf
Die motor word blou geverf.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.

bring
Die afleweringspersoon bring die kos.
brengen
De bezorger brengt het eten.

bedek
Sy bedek haar hare.
bedekken
Ze bedekt haar haar.

bevat
Vis, kaas, en melk bevat baie proteïen.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.

afbrand
Die vuur sal baie van die woud afbrand.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
