শব্দভাণ্ডার
ক্রিয়াপদ শিখুন – তেলুগু

naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
kyk af
Ek kon van die venster af op die strand afkyk.

controleren
Hij controleert wie daar woont.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
kyk na
Hy kyk na wie daar woon.

stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!
ophou
Ek wil nou begin ophou rook!

schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
verf
Ek wil my woonstel verf.

weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
uitlaat
Jy kan die suiker in die tee uitlaat.

verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
verminder
Ek moet beslis my verwarmingskoste verminder.

uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
nooi
Ons nooi jou na ons Oud en Nuwe partytjie.

weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
wegdoen
Hierdie ou rubber bande moet afsonderlik weggedoen word.

bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
bespreek
Die kollegas bespreek die probleem.

annuleren
De vlucht is geannuleerd.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
kanselleer
Die vlug is gekanselleer.

bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
veg
Die brandweer beveg die brand vanuit die lug.
