Wortschatz
Lernen Sie Verben – Portugiesisch (PT)

lytte til
Børnene kan lide at lytte til hendes historier.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.

begrænse
Jeg kan ikke bruge for mange penge; jeg skal begrænse mig.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.

skubbe
De skubber manden i vandet.
duwen
Ze duwen de man het water in.

gå
Han kan lide at gå i skoven.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.

møde
Nogle gange mødes de i trappen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.

chatte
De chatter med hinanden.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.

forny
Maleren vil forny vægfarven.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.

løbe væk
Alle løb væk fra ilden.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.

modtage
Jeg kan modtage meget hurtigt internet.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.

understrege
Han understregede sin udtalelse.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.

svare
Eleven svarer på spørgsmålet.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
