Λεξιλόγιο
Μάθετε Ρήματα – Ισπανικά

røre
Landmanden rører ved sine planter.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.

annullere
Flyvningen er annulleret.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.

hænge ned
Istapper hænger ned fra taget.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.

ville forlade
Hun vil forlade sit hotel.
willen verlaten
Ze wil haar hotel verlaten.

sammenligne
De sammenligner deres tal.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.

gå
Tiden går nogle gange langsomt.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.

oversætte
Han kan oversætte mellem seks sprog.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.

udleje
Han udlejer sit hus.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
