Λεξιλόγιο
Μάθετε Ρήματα – Κροατικά

forgive
She can never forgive him for that!
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!

go
Where are you both going?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?

pick out
She picks out a new pair of sunglasses.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.

paint
I want to paint my apartment.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.

deliver
Our daughter delivers newspapers during the holidays.
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.

avoid
She avoids her coworker.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.

lie behind
The time of her youth lies far behind.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.

beat
He beat his opponent in tennis.
verslaan
Hij versloeg zijn tegenstander in tennis.

carry
They carry their children on their backs.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.

think outside the box
To be successful, you have to think outside the box sometimes.
out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.

shout
If you want to be heard, you have to shout your message loudly.
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
