Vortprovizo
Lernu Adverbojn – hebrea

buiten
We eten vandaag buiten.
buiten
We eten vandaag buiten.
afuera
Hoy estamos comiendo afuera.

‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
en la mañana
Tengo mucho estrés en el trabajo en la mañana.

nooit
Men moet nooit opgeven.
nooit
Men moet nooit opgeven.
nunca
Uno nunca debería rendirse.

al
Het huis is al verkocht.
al
Het huis is al verkocht.
ya
La casa ya está vendida.

samen
De twee spelen graag samen.
samen
De twee spelen graag samen.
juntos
A los dos les gusta jugar juntos.

al
Hij slaapt al.
al
Hij slaapt al.
ya
¡Él ya está dormido!

alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
solo
Estoy disfrutando de la tarde completamente solo.

de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
todo el día
La madre tiene que trabajar todo el día.

ook
Haar vriendin is ook dronken.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
también
Su amiga también está ebria.

genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
suficiente
Ella quiere dormir y ha tenido suficiente del ruido.

alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
todos
Aquí puedes ver todas las banderas del mundo.
