Vocabulario

Aprender verbos – alemán

cms/verbs-webp/120015763.webp
ville gå ud
Barnet vil gerne ud.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
cms/verbs-webp/120220195.webp
sælge
Handlerne sælger mange varer.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
cms/verbs-webp/101630613.webp
søge
Tyven søger huset.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
cms/verbs-webp/121102980.webp
køre med
Må jeg køre med dig?
meerijden
Mag ik met je meerijden?
cms/verbs-webp/101945694.webp
sove længe
De vil endelig sove længe en nat.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
cms/verbs-webp/120452848.webp
kende
Hun kender mange bøger næsten udenad.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
cms/verbs-webp/84314162.webp
brede ud
Han breder sine arme ud.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
cms/verbs-webp/66441956.webp
skrive ned
Du skal skrive kodeordet ned!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/53646818.webp
lukke ind
Det sneede udenfor, og vi lukkede dem ind.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
cms/verbs-webp/106725666.webp
tjekke
Han tjekker, hvem der bor der.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
cms/verbs-webp/43956783.webp
løbe væk
Vores kat løb væk.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
cms/verbs-webp/40477981.webp
kende til
Hun kender ikke til elektricitet.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.