Vocabulario

Aprender verbos – inglés (UK)

cms/verbs-webp/114091499.webp
trainen
De hond wordt door haar getraind.
cvičit
Pes je cvičen jí.
cms/verbs-webp/55119061.webp
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
začít běhat
Sportovec se chystá začít běhat.
cms/verbs-webp/96476544.webp
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
stanovit
Termín se stanovuje.
cms/verbs-webp/120259827.webp
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
kritizovat
Šéf kritizuje zaměstnance.
cms/verbs-webp/64053926.webp
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
překonat
Sportovci překonali vodopád.
cms/verbs-webp/38753106.webp
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
mluvit
V kině by se nemělo mluvit nahlas.
cms/verbs-webp/32312845.webp
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
vyloučit
Skupina ho vylučuje.
cms/verbs-webp/113671812.webp
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
sdílet
Musíme se naučit sdílet své bohatství.
cms/verbs-webp/49585460.webp
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?
ocitnout se
Jak jsme se ocitli v této situaci?
cms/verbs-webp/38296612.webp
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
existovat
Dinosauři dnes již neexistují.
cms/verbs-webp/106591766.webp
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
stačit
Salát mi na oběd stačí.
cms/verbs-webp/120128475.webp
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
myslet
Musí na něj pořád myslet.