Sõnavara
Õppige tegusõnu – vietnami

vermijden
Ze vermijdt haar collega.
avoid
She avoids her coworker.

aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
run over
A cyclist was run over by a car.

wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
drive away
One swan drives away another.

bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
walk
This path must not be walked.

overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
surpass
Whales surpass all animals in weight.

verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
refer
The teacher refers to the example on the board.

moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
need to go
I urgently need a vacation; I have to go!

stoppen
De agente stopt de auto.
stop
The policewoman stops the car.

deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
take part
He is taking part in the race.

aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
hire
The applicant was hired.

leuk vinden
Het kind vindt het nieuwe speelgoed leuk.
like
The child likes the new toy.
