Vocabulaire
Apprendre les verbes – Espéranto

protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
protest
People protest against injustice.

veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
cause
Too many people quickly cause chaos.

opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
stand up for
The two friends always want to stand up for each other.

betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
pay
She pays online with a credit card.

creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
create
He has created a model for the house.

duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
push
The car stopped and had to be pushed.

doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
do
You should have done that an hour ago!

schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
clean
She cleans the kitchen.

zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
swim
She swims regularly.

gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
use
She uses cosmetic products daily.

samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
summarize
You need to summarize the key points from this text.
