Vocabulaire
Portugais (BR) – Exercice sur les verbes

branden
Er brandt een vuur in de open haard.

bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.

eisen
Hij eist compensatie.

hangen
IJsspegels hangen van het dak.

accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.

afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.

wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.

plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!

zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.

uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.

creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
