Vocabulaire
Apprendre les verbes – Géorgien

aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
tiba
Pesawat telah tiba tepat waktu.

werken
Ze werkt beter dan een man.
werken
Ze werkt beter dan een man.
bekerja
Dia bekerja lebih baik dari seorang pria.

recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.
recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.
berhak
Orang tua berhak mendapatkan pensiun.

vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
membandingkan
Mereka membandingkan angka mereka.

antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
jawab
Siswa tersebut menjawab pertanyaannya.

drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
minum
Sapi-sapi minum air dari sungai.

leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
memimpin
Dia memimpin gadis itu dengan tangannya.

bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
menutupi
Dia menutupi wajahnya.

bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
mengkritik
Bos mengkritik karyawannya.

verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
bertahan
Dia hampir tidak bisa bertahan dengan rasa sakitnya!

voeden
De kinderen voeden het paard.
voeden
De kinderen voeden het paard.
memberi makan
Anak-anak memberi makan kuda.
