Vocabulaire
Apprendre les verbes – Nynorsk

drink
Sy drink tee.
drinken
Ze drinkt thee.

dans
Hulle dans ’n tango uit liefde.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.

meng
Die skilder meng die kleure.
mengen
De schilder mengt de kleuren.

slaag
Die studente het die eksamen geslaag.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.

behoort
My vrou behoort aan my.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.

herstel
Hy wou die kabel herstel.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.

uittrek
Onkruid moet uitgetrek word.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.

stap
Hy hou daarvan om in die woud te stap.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.

staan op
Sy kan nie meer op haar eie staan nie.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.

mors
Energie moet nie gemors word nie.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.

’n toespraak gee
Die politikus gee ’n toespraak voor baie studente.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
