אוצר מילים
למד פעלים – תאית

vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
ثق
نثق جميعاً ببعضنا البعض.

ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
يتلقى
يتلقى معاشًا جيدًا في الشيخوخة.

slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
نجح
نجح الطلاب في الامتحان.

bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
يحضرون
يحضرون وجبة لذيذة.

binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
سمح بالدخول
لا يجب أن تسمح للغرباء بالدخول.

becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
يعلق
يعلق على السياسة كل يوم.

monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
تم مراقبة
كل شيء هنا يتم مراقبته بواسطة الكاميرات.

trainen
De hond wordt door haar getraind.
trainen
De hond wordt door haar getraind.
تدرب
الكلب يتدرب من قبلها.

bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
شكر
أشكرك كثيرًا على ذلك!

werken
Ze werkt beter dan een man.
werken
Ze werkt beter dan een man.
عمل
هي تعمل أفضل من رجل.

beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
بدأ
بدأ المتسلقون في وقت مبكر من الصباح.
