Szókincs
bolgár – Igék gyakorlat

plukken
Ze plukte een appel.

branden
Er brandt een vuur in de open haard.

laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.

bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.

ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.

bespreken
Ze bespreken hun plannen.

werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.

besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.

toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.

bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.

sluiten
Ze sluit de gordijnen.
