Kosa kata

Pelajari Kata Kerja – Finlandia

cms/verbs-webp/117311654.webp
bære
De bærer deres børn på ryggen.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
cms/verbs-webp/108556805.webp
kigge ned
Jeg kunne kigge ned på stranden fra vinduet.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
cms/verbs-webp/91603141.webp
løbe væk
Nogle børn løber væk hjemmefra.
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.
cms/verbs-webp/80552159.webp
virke
Motorcyklen er i stykker; den virker ikke længere.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
cms/verbs-webp/61575526.webp
vige pladsen
Mange gamle huse skal vige pladsen for de nye.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
cms/verbs-webp/67880049.webp
slippe
Du må ikke slippe grebet!
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
cms/verbs-webp/113415844.webp
forlade
Mange englændere ville forlade EU.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.
cms/verbs-webp/115153768.webp
se klart
Jeg kan se alt klart gennem mine nye briller.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
cms/verbs-webp/113842119.webp
passere
Middelalderperioden er passeret.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
cms/verbs-webp/43483158.webp
tage toget
Jeg vil tage derhen med toget.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
cms/verbs-webp/82669892.webp
Hvor går I begge to?
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
cms/verbs-webp/80116258.webp
evaluere
Han evaluerer virksomhedens præstation.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.