ლექსიკა
ისწავლეთ ზმნები – ლიტვური

zitten
Ze zit bij de zee tijdens zonsondergang.
sit down
She sits by the sea at sunset.

spelen
Het kind speelt liever alleen.
play
The child prefers to play alone.

melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
report
She reports the scandal to her friend.

doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
let through
Should refugees be let through at the borders?

schilderen
Hij schildert de muur wit.
paint
He is painting the wall white.

trainen
De hond wordt door haar getraind.
train
The dog is trained by her.

reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
travel
He likes to travel and has seen many countries.

aansteken
Hij stak een lucifer aan.
burn
He burned a match.

wachten
Ze wacht op de bus.
wait
She is waiting for the bus.

meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
think along
You have to think along in card games.

begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
limit
Fences limit our freedom.
