ლექსიკა
ისწავლეთ ზმნები – მაკედონიური

negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
ignore
The child ignores his mother’s words.

ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
receive
He received a raise from his boss.

beperken
Moet handel worden beperkt?
beperken
Moet handel worden beperkt?
restrict
Should trade be restricted?

wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
walk
He likes to walk in the forest.

houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
love
She really loves her horse.

studeren
De meisjes studeren graag samen.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
study
The girls like to study together.

gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
happen
Something bad has happened.

uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
carry out
He carries out the repair.

terugkomen
De boemerang kwam terug.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
return
The boomerang returned.

rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
run
She runs every morning on the beach.

vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
become friends
The two have become friends.
