어휘
동사를 배우세요 ― 마라티어

rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
يقفز حوله
الطفل يقفز حوله بسعادة.

binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
تدخل
السفينة تدخل الميناء.

sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
أرسل
أرسلت لك رسالة.

consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
consumeren
Ze consumeert een stukje taart.
تستهلك
هي تستهلك قطعة كعكة.

kijken
Iedereen kijkt naar hun telefoons.
kijken
Iedereen kijkt naar hun telefoons.
نظر
الجميع ينظرون إلى هواتفهم.

bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
عرف
ليس لديها معرفة بالكهرباء.

uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
يجب أن يتم قطع
يجب أن يتم قطع الأشكال.

studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
درس
هناك العديد من النساء يدرسن في جامعتي.

opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
سجل
يجب أن تسجل كلمة المرور!

ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
يثير
كم مرة يجب أن أثير هذا الجدل؟

voeden
De kinderen voeden het paard.
voeden
De kinderen voeden het paard.
يغذون
الأطفال يغذون الحصان.
