Žodynas
slovėnų – Veiksmažodžių pratimas

vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.

doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!

begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!

trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.

verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.

missen
Hij mist zijn vriendin erg.

investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?

werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.

binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.

overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.

genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
