Žodynas
kinų (supaprastinta) – Veiksmažodžių pratimas

aankomen
Hij kwam net op tijd aan.

betalen
Ze betaalt online met een creditcard.

genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.

eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.

geschikt zijn
Het pad is niet geschikt voor fietsers.

uitspringen
De vis springt uit het water.

slapen
De baby slaapt.

schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.

optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.

meekomen
Kom nu mee!

praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.
