Вокабулар
корејски – Глаголи Вежба

wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.

terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.

terugkomen
De boemerang kwam terug.

vaststellen
De datum wordt vastgesteld.

slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.

verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.

ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.

vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.

afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.

veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.

overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
