Вокабулар
Научете ги глаголите – украински

uitgaan
Ze stapt uit de auto.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
تخرج
هي تخرج من السيارة.

verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
يسر
الهدف يسر مشجعي كرة القدم الألمان.

veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
يسبب
السكر يسبب العديد من الأمراض.

moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!
أحتاج الذهاب
أحتاج بشدة إلى إجازة؛ يجب أن أذهب!

vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
تقدم
الحلزونات تتقدم ببطء فقط.

voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
تشعر
الأم تشعر بالكثير من الحب لطفلها.

eten
De kippen eten de granen.
eten
De kippen eten de granen.
يأكلون
الدجاج يأكلون الحبوب.

voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
يمر
الوقت يمر أحيانًا ببطء.

veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
يسبب
الكثير من الناس يسببون الفوضى بسرعة.

rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
يركبون
يركبون بأسرع ما يمكن.

komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
جاء
أنا سعيد أنك جئت!
