शब्दसंग्रह
क्रियापद शिका – नॉर्वेजियन

missen
Ik zal je zo erg missen!
extrañar
¡Te extrañaré mucho!

uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
explicar
El abuelo le explica el mundo a su nieto.

beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
proteger
Se supone que un casco protege contra accidentes.

uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
extinguirse
Hoy en día muchos animales se han extinguido.

aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
tocar
El agricultor toca sus plantas.

onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
subrayar
Él subrayó su declaración.

uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
recortar
Las formas necesitan ser recortadas.

knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
abrazar
Él abraza a su viejo padre.

versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
fortalecer
La gimnasia fortalece los músculos.

doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
hacer
¡Deberías haberlo hecho hace una hora!

vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
luchar
Los atletas luchan entre sí.
