Woordenlijst

Leer werkwoorden – Spaans

cms/verbs-webp/122224023.webp
tagasi keerama
Varsti peame kella jälle tagasi keerama.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
cms/verbs-webp/93169145.webp
rääkima
Ta räägib oma kuulajaskonnaga.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
cms/verbs-webp/123298240.webp
kohtuma
Sõbrad kohtusid ühiseks õhtusöögiks.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
cms/verbs-webp/80325151.webp
lõpetama
Nad on lõpetanud raske ülesande.
voltooien
Ze hebben de moeilijke taak voltooid.
cms/verbs-webp/117491447.webp
sõltuma
Ta on pime ja sõltub välisabist.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.
cms/verbs-webp/78773523.webp
suurendama
Rahvastik on märkimisväärselt suurenenud.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
cms/verbs-webp/95470808.webp
sisse tulema
Tule sisse!
binnenkomen
Kom binnen!
cms/verbs-webp/54608740.webp
välja tõmbama
Umbrohud tuleb välja tõmmata.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
cms/verbs-webp/99196480.webp
parkima
Autod on maa-aluses garaažis parkitud.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
cms/verbs-webp/49853662.webp
kirjutama
Kunstnikud on kogu seina üle kirjutanud.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
cms/verbs-webp/74693823.webp
vajama
Sul on rehvi vahetamiseks tõstukit vaja.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
cms/verbs-webp/68435277.webp
tulema
Mul on hea meel, et sa tulid!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!