Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen

ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.

sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.

schilderen
Hij schildert de muur wit.

kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.

begeleiden
De hond begeleidt hen.

vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.

vechten
De atleten vechten tegen elkaar.

arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.

bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.

accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.

uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
