Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen

rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.

eisen
Hij eist compensatie.

binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.

evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.

controleren
De monteur controleert de functies van de auto.

bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.

weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.

bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.

opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.

beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?

parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
