Woordenlijst
Slovaaks – Werkwoorden oefenen

binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.

genieten
Ze geniet van het leven.

bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.

ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.

bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.

voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.

verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.

schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.

overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.

kiezen
Het is moeilijk om de juiste te kiezen.

melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
