Woordenlijst
Leer werkwoorden – Kannada

verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
prodávat
Obchodníci prodávají mnoho zboží.

toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
patřit
Moje žena mi patří.

terugkomen
De boemerang kwam terug.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
vrátit se
Bumerang se vrátil.

opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
zapsat
Musíte si zapsat heslo!

kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
povídat si
Studenti by si během hodiny neměli povídat.

bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
dokázat
Chce dokázat matematický vzorec.

zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
být
Neměl bys být smutný!

schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
malovat
Chci si vymalovat byt.

knippen
De kapper knipt haar haar.
knippen
De kapper knipt haar haar.
stříhat
Kadeřník ji stříhá.

bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
přinést
Rozvozce pizzy přiveze pizzu.

belonen
Hij werd beloond met een medaille.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
odměnit
Byl odměněn medailí.
