Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/118549726.webp
sjekke
Tannlegen sjekker tennene.
controleren
De tandarts controleert de tanden.
cms/verbs-webp/122638846.webp
lamslå
Overraskelsen lamslår henne.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
cms/verbs-webp/105623533.webp
bør
Man bør drikke mye vann.
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
cms/verbs-webp/78973375.webp
få sykemelding
Han må få en sykemelding fra legen.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
cms/verbs-webp/21342345.webp
like
Barnet liker den nye leken.
leuk vinden
Het kind vindt het nieuwe speelgoed leuk.
cms/verbs-webp/74176286.webp
beskytte
Moren beskytter sitt barn.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
cms/verbs-webp/71991676.webp
glemme igjen
De glemte ved et uhell barnet sitt på stasjonen.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
cms/verbs-webp/97335541.webp
kommentere
Han kommenterer politikk hver dag.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
cms/verbs-webp/63351650.webp
avlyse
Flyvningen er avlyst.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
cms/verbs-webp/119425480.webp
tenke
Du må tenke mye i sjakk.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
cms/verbs-webp/123179881.webp
øve
Han øver hver dag med skateboardet sitt.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.
cms/verbs-webp/108580022.webp
returnere
Faren har returnert fra krigen.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.