Testen 7



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Apr 04, 2025

0/10

Klik op een woord
1. een gezin
2. Hij telt.
Jis ,   See hint
3. Hij studeert aan de universiteit.
Jis universitete.   See hint
4. Wat wil je vandaag koken?
tu šiandien nori virti?   See hint
5. Ik heb een plattegrond nodig.
Man miesto plano.   See hint
6. Wilt u dat met aardappelen?
Norite su ,   See hint
7. U moet hier uitstappen.
čia reikia išlipti.   See hint
8. Ik wil graag een gids die Frans spreekt.
Norėčiau ekskursijos , kuris kalba prancūziškai.   See hint
9. Vergeet de broeken, de hemden, en de sokken niet.
Nepamiršk kelnių, , (pus) kojinių.   See hint
10. Wij zoeken een slagerij.
(Mes) ieškome parduotuvės.   See hint