Ordforråd
polsk – Verb Øvelse

toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.

openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.

slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.

opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.

ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.

verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.

kwaadspreken
De klasgenoten spreken kwaad over haar.

durven
Ik durf niet in het water te springen.

liggen
Ze waren moe en gingen liggen.

out-of-the-box denken
Om succesvol te zijn, moet je soms out-of-the-box denken.

opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
