Słownictwo

Naucz się czasowników – czeski

cms/verbs-webp/114052356.webp
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
queimar
A carne não deve queimar na grelha.
cms/verbs-webp/103163608.webp
tellen
Ze telt de munten.
contar
Ela conta as moedas.
cms/verbs-webp/91930542.webp
stoppen
De agente stopt de auto.
parar
A policial para o carro.
cms/verbs-webp/5161747.webp
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
remover
A escavadeira está removendo o solo.
cms/verbs-webp/96628863.webp
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
economizar
A menina está economizando sua mesada.
cms/verbs-webp/120282615.webp
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
investir
Em que devemos investir nosso dinheiro?
cms/verbs-webp/18473806.webp
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
ter vez
Por favor, espere, você terá sua vez em breve!
cms/verbs-webp/75508285.webp
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
esperar ansiosamente
As crianças sempre esperam ansiosamente pela neve.
cms/verbs-webp/118861770.webp
bang zijn
Het kind is bang in het donker.
temer
A criança tem medo no escuro.
cms/verbs-webp/117311654.webp
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
carregar
Eles carregam seus filhos nas costas.
cms/verbs-webp/113885861.webp
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
infectar-se
Ela se infectou com um vírus.
cms/verbs-webp/123170033.webp
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
falir
O negócio provavelmente irá falir em breve.