Słownictwo

Naucz się czasowników – turecki

cms/verbs-webp/100434930.webp
slutte
Ruta sluttar her.
eindigen
De route eindigt hier.
cms/verbs-webp/82378537.webp
kvitte seg med
Desse gamle gummidekka må kvittast separat.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
cms/verbs-webp/68435277.webp
koma
Eg er glad du kom!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
cms/verbs-webp/101556029.webp
nekte
Barnet nektar maten sin.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
cms/verbs-webp/99769691.webp
passere
Toget passerer oss.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
cms/verbs-webp/122638846.webp
gjere mållaus
Overraskinga gjer ho mållaus.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
cms/verbs-webp/100011426.webp
påverke
Lat deg ikkje bli påverka av andre!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
cms/verbs-webp/22225381.webp
gå frå
Skipet går frå hamna.
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
cms/verbs-webp/67880049.webp
sleppe
Du må ikkje sleppe taket!
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
cms/verbs-webp/107407348.webp
reise rundt
Eg har reist mykje rundt i verda.
rondreizen
Ik heb veel rond de wereld gereisd.
cms/verbs-webp/74176286.webp
beskytte
Mor beskyttar barnet sitt.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
cms/verbs-webp/44518719.webp
Denne stien skal ikkje gåast.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.