Vocabulário

Aprenda verbos – Holandês

cms/verbs-webp/90321809.webp
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.
gastar dinheiro
Temos que gastar muito dinheiro em reparos.
cms/verbs-webp/89636007.webp
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
assinar
Ele assinou o contrato.
cms/verbs-webp/47241989.webp
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
procurar
O que você não sabe, tem que procurar.
cms/verbs-webp/116067426.webp
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
fugir
Todos fugiram do fogo.
cms/verbs-webp/45022787.webp
doden
Ik zal de vlieg doden!
matar
Vou matar a mosca!
cms/verbs-webp/82845015.webp
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
reportar-se
Todos a bordo se reportam ao capitão.
cms/verbs-webp/107996282.webp
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
referir
O professor refere-se ao exemplo no quadro.
cms/verbs-webp/116932657.webp
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
receber
Ele recebe uma boa pensão na velhice.
cms/verbs-webp/95056918.webp
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
conduzir
Ele conduz a menina pela mão.
cms/verbs-webp/91367368.webp
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
passear
A família passeia aos domingos.
cms/verbs-webp/99392849.webp
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
remover
Como se pode remover uma mancha de vinho tinto?
cms/verbs-webp/3270640.webp
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
perseguir
O cowboy persegue os cavalos.