Vocabular
Învață verbele – Armeană

voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
mööduma
Keskaeg on möödunud.

wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
kõndima
Talle meeldib metsas kõndida.

rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
jooksma
Ta jookseb igal hommikul rannas.

trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
välja tõmbama
Kuidas ta selle suure kala välja tõmbab?

wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
harjuma
Lapsed peavad harjuma hammaste pesemisega.

aanzetten
Zet de TV aan!
aanzetten
Zet de TV aan!
sisse lülitama
Lülita teler sisse!

vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
tõlkima
Ta oskab tõlkida kuues keeles.

ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
omama käsutuses
Lapsed omavad käsutuses ainult taskuraha.

doden
Ik zal de vlieg doden!
doden
Ik zal de vlieg doden!
tapma
Ma tapan sääse!

voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
tutvustama
Ta tutvustab oma uut tüdrukut oma vanematele.

schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
puhastama
Töötaja puhastab akent.
