Лексика
каталанский – Упражнение на глаголы

brengen
De koerier brengt een pakketje.

mengen
De schilder mengt de kleuren.

mengen
Ze mengt een vruchtensap.

overnachten
We overnachten in de auto.

duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.

binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.

draaien
Je mag naar links draaien.

bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.

rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.

bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.

geldig zijn
Het visum is niet meer geldig.
