Slovná zásoba
Naučte sa príslovky – tigriňa

half
Het glas is half leeg.
half
Het glas is half leeg.
half
The glass is half empty.

de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
all day
The mother has to work all day.

buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
out
The sick child is not allowed to go out.

daar
Het doel is daar.
daar
Het doel is daar.
there
The goal is there.

al
Het huis is al verkocht.
al
Het huis is al verkocht.
already
The house is already sold.

daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
there
Go there, then ask again.

al
Hij slaapt al.
al
Hij slaapt al.
already
He is already asleep.

binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
soon
A commercial building will be opened here soon.

te veel
Het werk wordt me te veel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
too much
The work is getting too much for me.

beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
down below
He is lying down on the floor.

in
De twee komen binnen.
in
De twee komen binnen.
in
The two are coming in.
