Slovná zásoba
Naučte sa slovesá – ruština

eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
kreve
Han krevde kompensasjon fra personen han hadde en ulykke med.

opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
skrive ned
Hun vil skrive ned forretningsideen sin.

bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
bekjempe
Brannvesenet bekjemper brannen fra luften.

snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
snijden
Voor de salade moet je de komkommer snijden.
kutte opp
Til salaten må du kutte opp agurken.

helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
hjelpe
Alle hjelper til med å sette opp teltet.

bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
bezorgen
Hij bezorgt pizza’s aan huis.
levere
Han leverer pizzaer til hjem.

vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
sitte fast
Jeg sitter fast og finner ikke en vei ut.

samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
oppsummere
Du må oppsummere hovedpunktene fra denne teksten.

bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
takke
Han takket henne med blomster.

gooien
Hij gooit de bal in de mand.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
kaste
Han kaster ballen i kurven.

belonen
Hij werd beloond met een medaille.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
belønne
Han ble belønnet med en medalje.
