Ordförråd
persiska – Verb Övning

ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.

reizen
We reizen graag door Europa.

sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.

handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.

vermijden
Ze vermijdt haar collega.

uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.

schrijven
Hij schrijft een brief.

voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.

aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!

beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?

ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
