పదజాలం
క్రియలను నేర్చుకోండి – ఇండొనేసియన్

weet
Die kinders is baie nuuskierig en weet reeds baie.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.

kom maklik
Surfing kom maklik vir hom.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.

raak
Hy het haar teer aangeraak.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.

stop
Die polisievrou stop die kar.
stoppen
De agente stopt de auto.

skop
Wees versigtig, die perd kan skop!
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!

deel
Ons moet leer om ons rykdom te deel.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.

beïnvloed
Laat jouself nie deur ander beïnvloed nie!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!

ontmoet
Soms ontmoet hulle in die trappehuis.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.

stap
Die gesin gaan Sondae stap.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.

verkoop
Die handelaars verkoop baie goedere.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.

trek uit
Die buurman trek uit.
verhuizen
De buurman verhuist.
