คำศัพท์

เรียนรู้คำกริยา – ฝรั่งเศส

cms/verbs-webp/112286562.webp
arbejde
Hun arbejder bedre end en mand.
werken
Ze werkt beter dan een man.
cms/verbs-webp/118759500.webp
høste
Vi høstede meget vin.
oogsten
We hebben veel wijn geoogst.
cms/verbs-webp/113671812.webp
dele
Vi skal lære at dele vores rigdom.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
cms/verbs-webp/121112097.webp
male
Jeg har malet et smukt billede til dig!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
cms/verbs-webp/90032573.webp
kende
Børnene er meget nysgerrige og kender allerede meget.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
cms/verbs-webp/110646130.webp
dække
Hun har dækket brødet med ost.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
cms/verbs-webp/130814457.webp
tilføje
Hun tilføjer noget mælk til kaffen.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
cms/verbs-webp/47969540.webp
blive blind
Manden med mærkerne er blevet blind.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
cms/verbs-webp/3270640.webp
forfølge
Cowboysen forfølger hestene.
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
cms/verbs-webp/120686188.webp
studere
Pigerne kan godt lide at studere sammen.
studeren
De meisjes studeren graag samen.
cms/verbs-webp/119895004.webp
skrive
Han skriver et brev.
schrijven
Hij schrijft een brief.
cms/verbs-webp/40094762.webp
vække
Vækkeuret vækker hende kl. 10.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.