Talasalitaan
Bulgarian – Pagsasanay sa Pandiwa

kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.

denken
Je moet veel denken bij schaken.

bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.

verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.

moeten gaan
Ik heb dringend vakantie nodig; ik moet gaan!

bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.

openen
Kun je dit blikje voor me openen?

vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.

weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.

achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.

overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
