Лексика
іврит – Дієслова Вправа

besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.

doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.

inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.

boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.

beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.

willen
Hij wil te veel!

knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.

kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.

wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.

branden
Het vlees mag niet branden op de grill.

spellen
De kinderen leren spellen.
