ذخیرہ الفاظ
نارویجین – فعل کی مشق

ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.

verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.

bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!

denken
Je moet veel denken bij schaken.

draaien
Je mag naar links draaien.

weglopen
Onze kat is weggelopen.

slapen
De baby slaapt.

wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.

wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.

activeren
De rook activeerde het alarm.

overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
